|
OOGZIEKTEN |
|
Op deze pagina worden enkele veel voorkomende "uitwendige" oogafwijkingen genoemd. Indien uw huisdier bij onderzoek blijkt te lijden aan een afwijking, dan zal met u uitgebreid besproken worden wat deze afwijking inhoudt, wat de consequenties op langere termijn zijn en wat er eventueel aan gedaan kan worden. Zijn er na afloop nog onduidelijkheden, dan is het altijd mogelijk telefonisch nadere informatie in te winnen.
Entropion: het naar binnen krullen van de ooglidrand. Kan alleen de onderooglidrand zijn, maar ook de bovenooglidrand kan naar binnen gekruld zijn. Is per definitie een erfelijke afwijking.
Ectropion: het naar buiten krullen van de (onder)ooglidrand.
Trichiasis: door een abnormale stand van haren, die zich op een normale plaats bevinden, wordt het hoornvlies geļrriteerd. Voorbeeld: neusplooi bij de Pekingees en de huidplooien bij de Shar Pei.
Distichiasis: enkele of meerdere haren die in de ooglidrand groeien. Komt veel bij de Flatcoated Retriever, Cocker Spaniėl, Sheltie en Collie voor.
Glaucoom: verhoogde druk in het oog. Kan berusten op een erfelijke afwijking, maar hoeft dat niet te zijn. Voor het gezichtsvermogen een zeer ernstige bedreiging.
Dermoļd: stukje huid op het hoorn- en of bind-vlies. Is onder de microscoop goed te verwijderen. Bij de ruwharige dashond wordt deze afwijking als erfelijk beschouwd: autosomaal recessief.
|
















